Overwelven van gracht uit vrijstellingsbesluit gehaald

  • 14 december 2021

Een aantal verhardingen zijn vrijgesteld van omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Het gaat bijvoorbeeld om de strikt noodzakelijke toegang tot een garage of voordeur. Een wijziging van het vrijstellingsbesluit brengt daar verandering in. Aan het besluit is sinds 8 juli 2021 op meerdere plaatsen toegevoegd dat de vrijstelling niet geldt voor het overwelven of inbuizen van grachten. 

Lees hier de actuele tekst van het vrijstellingsbesluit

We beschouwen de overwelving van (baan)grachten, weliswaar gelegen op openbaar domein, maar tussen de wegverharding en de private oprit op het ontsloten perceel, daarom niet meer als gebruikelijke aanhorigheid van het openbaar domein. De vrijstelling van artikel 10, 4° van het vrijstellingsbesluit kan dan ook niet worden ingeroepen. 

Dat betekent dat de algemene vergunningsplicht voor het overwelven van grachten die al van toepassing was in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant (omwille van twee provinciale verordeningen), sinds 8 juli 2021 in heel Vlaanderen geldt. 

Maakt u een oprit naar voordeur of garage en moet daarvoor een (baan)gracht overwelfd worden, dan is die overwelving vergunningsplichtig. Ze moet dus ook als aparte stedenbouwkundige handeling worden ingegeven en aangevraagd in het omgevingsloket. 

  • De inbuizingen worden opgenomen in de lijst van stedenbouwkundige handelingen onder addendum B22 
  • Indien verschillende inbuizingen in 1 project zijn opgenomen wordt best een multipolygoon van de contouren van deze inbuizingen gemaakt en opgeladen bij de inhoud van de aanvraag in het omgevingsloket ( dit beperkt het aantal tekeningen ) 
  • Er wordt een tekeningenset aangeleverd conform het normenboek infrastructuur 
  • Er wordt bij voorkeur gewerkt met een constructietekening ( C ). Als meerdere overwelvingen gelijk zijn, volstaat 1 constructietekening. Als de overwelvingen van elkaar verschillen, resulteert dit vanzelfsprekend in meerdere constructietekeningen.
  • De toetsing van de aanvraag aan de wet op de onbevaarbare waterlopen is een onderdeel van addendum B26 “de overeenstemming en de verenigbaarheid van de aanvraag met de wettelijke en ruimtelijke context”. 
Direct naar het Omgevingsloket